pattern
Nieuws

Kritische kijk op aparte digitale meter voor terugbetaling

Onlangs kreeg een nieuwe oplossing voor de terugbetaling van thuislaadsessies veel aandacht. Het gebruik van een aparte digitale meter voor laadpalen bij thuisinstallaties werd gepromoot, waarbij de elektriciteit van deze tweede digitale meter rechtstreeks wordt betaald door de werkgever. 

In deze blog leggen we het concept uit en geven we de voordelen aan op het eerste gezicht. Als we gaan kijken naar het bredere plaatje en de praktische implementatie, geven we ook enkele aandachtspunten mee. Dit voorstel lijkt ons een minder goed idee dan dat je eerst zou denken. 

Het concept uitgelegd

De fiscus heeft al meermaals laten vallen dat de terugbetaling van thuislaadsessies van een werknemer moet gebeuren aan de werkelijke energiekosten van de medewerker thuis. Omdat elke medewerker een eigen energiecontract en verschillend verbruiksprofiel heeft, is de energiekost van elke medewerker verschillend. Deze vraag implementeren is moeilijk schaalbaar, nog los van de vraag over de verantwoordelijkheid voor de correctheid van dit tarief. Daarom is het gangbaar om de terugbetaling te doen via het CREG-tarief. Dit is een prijs die door de regulator als marktconform wordt gezien. 

De nieuwe oplossing promoot de installatie van een tweede digitale meter, louter voor de laadpaal. Deze afzonderlijke digitale meter registreert enkel het energieverbruik van de laadpaal waaraan een energiecontract wordt gekoppeld betaald door de werkgever. 

Aparte digitale meter: Een tweede digitale meter wordt geïnstalleerd bij medewerkers thuis die specifiek gekoppeld is aan de laadpaal. Deze meter functioneert onafhankelijk van de huishoudelijke energiemeter.

Directe betalingen: Door deze aparte digitale meter kan de werkgever de elektriciteitskosten direct betalen aan de energieleverancier, zonder tussenkomst van de werknemer. 

 

Op papier brengt dit concept enkele voordelen met zich mee:

  • Fiscale overeenstemming: Deze methode garandeert naleving van de fiscale wetgeving door een transparante en rechtstreekse berekening van de energiekosten voor het laden van de EV, los van het huishoudelijke verbruik.
  • Energiebeheer en -contracten: De werkgever kan voor deze specifieke meter een apart energiecontract afsluiten. Afhankelijk van het energiecontract zou dit gunstigere tarieven betekenen bv. met een groepsaankoop en/of een dynamisch energietarief dat voordeliger is tijdens daluren of bij hoge productie van hernieuwbare energie. Dit voordeel wordt enkel substantieel als de werkgever ook de controle heeft over het aan- en uitzetten van de laadpaal. 
  • Duurzaamheid en ESG-rapportering: Elk thuis geladen kWh kan als 100% groene stroom worden geregistreerd wat de ESG-rapportage verbetert mits groene stroom wordt aangekocht. 
  • BTW-aftrekbaarheid: Van deze laadkosten kan de BTW afgetrokken worden.
  • Geen last van capaciteitstarief: Doordat beide tellers los van elkaar worden gerekend, wordt het piekverbruik van de werknemer niet verhoogd door de laadpaal. Zo hoef je niet bezorgd te zijn over het capaciteitstarief wanneer je laadt.
  • Medewerker moet niet voorschieten: Als werknemer hoef je niet meer de verbruikte laadenergie voor te schieten, om deze één maand later terugbetaald te krijgen. Dit is nu het geval bij terugbetaling aan het CREG-tarief.

Kritische kijk van Certipower

We willen graag benadrukken dat we enthousiast zijn dat er actief nagedacht wordt over oplossingen voor huidige terugbetalingsproblematiek. Het bijplaatsen van een extra digitale meter voor de laadpaal is echter geen nieuwe technologie, maar iets wat Fluvius, de netbeheerder in Vlaanderen, al een tijdje aanbiedt. Maar voor Certipower is het geen goede oplossing voor de terugbetalingsproblematiek.

Waarmee moet je rekening houden?

Dubbele installatie zorgt voor complexiteit

Het beheren van twee afzonderlijke aansluitingen binnen één huishouden zorgt voor extra complexiteit. Zeker wanneer er één aansluiting nog wordt beheerd door een externe partij. Dit brengt potentiële juridische en operationele uitdagingen met zich mee, vooral wat betreft de eigendomsrechten en verantwoordelijkheden tussen de werknemer, werkgever en energieleveranciers.

Daarnaast is een tweede digitale meter niet altijd fysiek mogelijk in ieder huishouden, wegens plaatsgebrek of complexe elektrische installatie. Deze aanpak is niet universeel. 

Wanneer een werknemer nog een analoge meter heeft, wordt hij op deze manier ook verplicht om zijn analoge meter te laten vervangen door een digitale meter. Zij zullen hier waarschijnlijk niet voor staan te springen. Bij de installatie van enkel een laadpaal, kan je perfect jouw analoge meter behouden.

Laden tijdens piekmomenten

Door twee aparte digitale tellers ondervindt de bestuurder geen impact van het capaciteitstarief wanneer er wordt geladen. In eerste instantie zal dit voor veel EV-rijders als muziek in de oren klinken, maar het is niet zo ideaal als het lijkt. 

Voor een werknemer maakt het op zich niet meer uit wanneer er wordt geladen, want het verbruik en bijhorende capaciteitstarief wordt apart gerekend. Hierdoor verdwijnt elke stimulans om slim te laden, waardoor er meer op piekmomenten zal worden geladen. Dit zorgt voor extra netbelasting tijdens deze pieken, met hogere prijzen en meer risico op overbelasting tot gevolg.

Slim laden beperkt de toekomstige investeringen van netbeheerders die gepland zijn voor de elektrificatie van verwarming en mobiliteit. Dit voorstel neemt de incentive om slim te laden weg wat voor meer investeringen in onze netten en dus hogere maatschappelijke kosten zal zorgen. 

Extra kosten

Naast de installatiekost van de extra digitale meter (wie betaalt?) is er ook een extra capaciteitstarief wat gerekend kan worden op 1 adres. Een extra meter met een verbruik van 4000 kWh en een piek van 10 kW brengt een extra kost met zich mee van € 650 per jaar aan distributienetkosten. Deze netkosten zullen naar alle waarschijnlijkheid de voordelen van BTW-voordeel of onderhandelde tariefmarges tenietdoen.

Geen gebruik van zonne-energie

Door de laadsessies af te zonderen van de huishoudelijke meter, wordt het voor huishoudens met zonnepanelen onmogelijk om zelf opgewekte energie direct te gebruiken voor het laden van EV's. Hetzelfde geldt voor laden met elektriciteit van je thuisbatterij. Het wegnemen van de flexibele vraag zal de investeringen in hernieuwbare energie laten dalen. Dit staat haaks op de vele duurzaamheidsinitiatieven van Vlaanderen. 

Administratie

Een nieuwe werknemer die het energieverbruik terugbetaald krijgt door de werkgever wordt administratief vrij eenvoudig opgezet en kan door de CPO alleen worden geregeld. Wanneer een apart energiecontract per teller nodig is wordt de administratieve last danig vergroot (communicatie met distributienetbeheerder voor nieuwe teller, aanmaak en beheer energiecontract). Deze extra administratieve last heeft opnieuw een kostprijs die finaal door de werkgever zal moeten worden betaald. 

Veelgestelde vragen uit EV-land

Ook deze vragen blijven onbeantwoord met het voorgestelde scenario:

  • Wat als je een tweede privéwagen wil opladen?
  • Wat met een tweede bedrijfswagen bij een tweede werkgever?
  • Wat als er van werkgever wordt gewijzigd?

Standpunt van EV Belgium

EV Belgium (sectorfederatie over zero emissie mobiliteit), samen met sectororganisaties zoals VBO (Verbond van Belgische Ondernemingen), Agoria (Organisatie van technologische bedrijven), FEBEG (Federatie van de Belgische Electriciteits- en Gasbedrijven) en USS (Unie van Sociale Secretariaten), heeft een gezamenlijke positie geformuleerd ten aanzien van de huidige regelgeving voor het elektrisch laden. 

De consensus benadrukt enkele kernpunten:

  • CREG-Tarieven: Deze blijven de standaard referentieprijs voor de terugbetaling van laadkosten.
  • Zonnepanelen (PV): Voor werknemers die hebben geïnvesteerd in zonnepanelen, gelden dezelfde CREG-tarieven. Dit stimuleert slim laden en verkleint op termijn de investeringen in netkosten.
  • Keuze van tarief door werkgever: Werkgevers kunnen kiezen voor een lagere referentieprijs dan het CREG-tarief, maar dit is een beslissing die zij zelf mogen maken.
  • Werkelijke kosten: Het toepassen van werkelijke kosten voor de terugbetaling is optioneel en wordt op eigen risico van de werkgever uitgevoerd.
  • Toekomstige contracten: Op termijn kunnen er aparte contracten op dezelfde EAN-code worden overwogen, hoewel er momenteel nog geen werkbaar en solide kader bestaat om dit te ondersteunen, wat leidt tot juridische onzekerheid.

 

Deze punten bevestigen de bestaande positie van EV Belgium en benadrukken de noodzaak van verdere ontwikkeling en verduidelijking in de regelgeving voor toekomstige innovaties binnen elektrisch laden.

Conclusie

Het bijplaatsen van een tweede digitale meter voor de terugbetaling van de laadkosten van een medewerker is niet universeel en zorgt voor hogere kosten. Certipower waardeert de innovatiedrang en het streven naar naleving van de fiscale wetgeving, maar blijft kritisch over de bredere impact van deze oplossing op zowel het milieu als de praktische uitvoerbaarheid in diverse huishoudelijke scenario's. 

Voor ons lijkt het beter om te blijven werken met de terugbetaling aan het CREG-tarief. Net zoals EV Belgium aanbeveelt samen met VBO, Agoria, FEBEG en USS. Werken met het CREG-tarief is op dit moment de meeste transparante en technisch haalbare oplossing, en het brengt ook de minste administratieve problemen met zich mee.