De fiscaliteit rond elektrisch rijden is in 2026 weer op een aantal punten geëvolueerd. De rode draad blijft dezelfde: de overheid stuurt fiscaal richting emissievrije mobiliteit, met gunstige regimes voor 100 % elektrische wagens en stelselmatig minder gunstige behandeling van fossiele en hybride wagens. We zetten de hoofdpunten op een rij voor bedrijven, zelfstandigen en werknemers.

Onderstaande informatie is een algemeen overzicht per medio 2026. De exacte percentages, drempels en voorwaarden veranderen frequent — laat uw concreet dossier altijd toetsen door uw boekhouder of fiscalist.

Aftrekbaarheid bedrijfswagens

Voor bedrijfswagens die na 1 januari 2026 worden besteld of geleased, blijven de aftrekpercentages voor fossiele en hybride modellen verder dalen volgens het meerjarenpad dat in 2023 werd vastgelegd. Voor 100 % elektrische bedrijfswagens blijft de aftrek hoog, maar ook hier is het percentage stelselmatig aan het dalen om convergentie te bekomen tegen het einde van het decennium.

Concreet: het verschil in aftrekbaar bedrag tussen een vergelijkbare elektrische en plug-in hybride bedrijfswagen blijft in 2026 nog substantieel, met een bijhorend verschil in nettoresultaat voor de werkgever van enkele duizenden euro’s per wagen per jaar.

Voordeel van alle aard (VAA)

Het voordeel van alle aard voor een werknemer met een bedrijfswagen wordt berekend op basis van de cataloguswaarde, een CO₂-coëfficiënt en een leeftijdscorrectie. Voor 100 % elektrische wagens valt het CO₂-percentage terug op het wettelijk minimum, wat het VAA voor een werknemer aanzienlijk lager houdt dan voor een vergelijkbare hybride.

Het wettelijk minimum-VAA wordt jaarlijks geïndexeerd. In 2026 ligt het rond €1.600 per jaar voor een nieuwe elektrische wagen — controleer de actuele indexatie via uw boekhouder. Voor een hybride met dezelfde cataloguswaarde komt het VAA typisch op €3.500 à €4.500 per jaar uit, wat zich vertaalt in een fors hogere bedrijfsvoorheffing voor de werknemer.

Laadinfrastructuur op het werk

Investeringen in publiek of semi-publiek toegankelijke laadinfrastructuur op een bedrijfssite genieten in 2026 nog steeds een verhoogde kostenaftrek, voor zover ze aan de technische voorwaarden voldoen (smart charging, OCPP, registratie als publiek laadpunt). Het aftrekpercentage is sinds de hervorming verlaagd ten opzichte van de piekjaren, maar blijft hoger dan voor andere bedrijfsinvesteringen.

De voorwaarde van publieke toegankelijkheid wordt strikter geïnterpreteerd: de paal moet effectief gedurende vastgelegde uren bereikbaar zijn voor derden, en geregistreerd zijn in de officiële databank. Dossiers die alleen op papier “publiek” zijn maar in praktijk afgesloten op het terrein staan, lopen tegen problemen aan bij controle.

Thuislaadpalen voor werknemers

Wanneer een werkgever een laadpaal plaatst bij de werknemer thuis voor het laden van de bedrijfswagen, is de paal in principe een bedrijfsmiddel van de werkgever, met de bijhorende fiscale behandeling. Het verbruik dat aan de bedrijfswagen wordt toegerekend, mag door de werkgever vergoed worden zonder dat dit een belastbaar voordeel vormt voor de werknemer — op voorwaarde dat de meting auditeerbaar is en het tarief de werkelijke kost benadert.

Zonder split billing of werkelijke meting is het risico reëel dat een fiscale controle een deel van de vergoeding herkwalificeert als belastbaar voordeel. Een correcte technische opzet is hier dus geen luxe maar een vereiste.

Particulieren: belastingvermindering thuislaadpaal

Voor particulieren die thuis een laadpaal plaatsen, geldt in 2026 nog steeds een belastingvermindering, maar het percentage is volgens het meerjarenpad afgenomen ten opzichte van de invoeringsperiode. De vermindering is gekoppeld aan voorwaarden inzake smart charging en groen-stroomcontract.

BTW-recuperatie

De btw-recuperatie op laadinfrastructuur volgt de algemene logica: volledig recupereerbaar bij zuiver professioneel gebruik, beperkt bij gemengd gebruik, niet bij privégebruik. De praktische uitwerking voor een paal die zowel voor een bedrijfswagen als voor een privéwagen wordt gebruikt, vereist een onderbouwde verdeelsleutel — typisch op basis van het reële gebruik gemeten via de paal zelf.

Wat verandert er nog in 2026 en 2027?

  • Verdere daling van de aftrekpercentages voor hybride bedrijfswagens.
  • Aankondiging van de federale accijnshervorming, met impact op het kostenvoordeel van elektrisch versus fossiel rijden.
  • Invoering van ETS2 vanaf 2027, die de prijs van fossiele brandstoffen verder onder druk zet.
  • Verwachte aanpassing van de regimes rond thuislaadpalen, met name rond meting en cumulatie met regionale premies.

Lees ook

Wilt u uw fiscale aanpak voor 2026 laten doorlichten? Plan een gesprek met onze adviseur — wij overlopen samen met uw boekhouder de impact op uw concrete dossier en helpen u de fiscaal voordeligste keuzes te maken.