Een werknemer met een elektrische bedrijfswagen laadt een groot deel van zijn kilometers thuis. Daarvoor verbruikt hij elektriciteit van zijn eigen energiemeter — en die kost moet correct vergoed worden door de werkgever, anders ontstaat er een belastbaar voordeel of een fiscale discussie. Er bestaan drie manieren om dat te regelen, elk met andere voor- en nadelen.

Optie 1: Forfaitaire kilometervergoeding

De werkgever betaalt een vast bedrag per kilometer of per laadbeurt, los van het werkelijke verbruik en zonder gedetailleerde meting. Eenvoudig administratief, maar fiscaal kwetsbaar: zonder onderbouwing van het werkelijk verbruik beschouwt de fiscus het verschil snel als belastbaar voordeel. Bovendien dekt het forfait zelden de werkelijke kost, zeker niet bij stijgende elektriciteitsprijzen.

Wij raden deze optie alleen aan als overgangsoplossing — bijvoorbeeld in afwachting van de installatie van een gemeten laadpaal — niet als permanente regeling.

Optie 2: Werkelijke kost via een gemeten laadpaal

De werkgever installeert (of laat installeren) een laadpaal bij de werknemer thuis die elke laadbeurt apart meet en in kWh registreert. Maandelijks wordt het verbruik vermenigvuldigd met een referentietarief — meestal het CREG-tarief of een sectorbarometer — en uitbetaald aan de werknemer.

Fiscaal de meest robuuste oplossing, mits de paal effectief in opdracht van de werkgever staat en de meting auditeerbaar is. Het referentietarief mag de werkelijke kost van de werknemer benaderen, maar mag die niet structureel overschrijden — anders ontstaat opnieuw belastbaar voordeel.

Optie 3: Split billing

De laadpaal van de werknemer is via een backoffice rechtstreeks gekoppeld aan de werkgever (of zijn laadpas-aanbieder). Elke laadbeurt voor de bedrijfswagen wordt automatisch herkend, gemeten en rechtstreeks gefactureerd aan de werkgever, los van de privé-energiefactuur van de werknemer.

De werknemer betaalt dus nooit zelf de stroom voor zijn bedrijfswagen, en de werkgever betaalt het exacte verbruik aan een afgesproken tarief. Dat is in 2026 de standaard voor wie een bedrijfswagen ter beschikking stelt aan werknemers met thuislaadmogelijkheid: simpel voor de werknemer, fiscaal sluitend voor de werkgever en transparant voor de boekhouding.

Welke optie kiest u?

  • Optie 3 (split billing) als u meer dan een handvol bedrijfswagens beheert. De setup-kost wordt snel terugverdiend door minder administratie en geen fiscale ruis.
  • Optie 2 (werkelijke kost) voor kleinere setups of waar split billing technisch nog niet kan (bijvoorbeeld bij een bestaande paal die niet aan de werkgever gekoppeld kan worden).
  • Optie 1 (forfait) uitsluitend als overgangsmaatregel.

Aandachtspunten bij split billing

  • Eigenaarschap van de paal: maak vooraf duidelijk wat er gebeurt als de werknemer uit dienst treedt — blijft de paal staan, wordt ze overgenomen, of wordt ze verwijderd?
  • Privégebruik: de paal kan ook voor de privéwagen van de werknemer gebruikt worden. Een goed geconfigureerde split billing herkent welke sessie voor welke wagen is via de RFID-pas of via slimme herkenning.
  • Onderhoud en garantie: leg vast wie verantwoordelijk is voor onderhoud, software-updates en eventuele vervanging.
  • Tarief: het referentietarief moet jaarlijks geactualiseerd worden om gelijke tred te houden met de marktprijs van elektriciteit.

Lees ook

Wilt u een sluitend terugbetalingsbeleid voor uw fleet uitwerken? Plan een gesprek met onze fleet-specialist — wij stellen een aanpak op maat voor en zorgen dat split billing technisch én fiscaal correct opgezet wordt.